woensdag 8 februari 2012

Onbeantwoorde liefde

Rennen zo hard als je kan! Rennen totdat je benen het vanzelf opgeven. Hij kan je niet inhalen! Niet achterom kijken. Gewoon rennen Iris RENNEN!
Mijn hard bonkte bijna uit mijn borst en mijn longen leken doorzeeft te zijn met duizenden spelden. Het was een donkere, bewolkte en koude nacht in de bossen. Ik zag licht verderop. Leven! Het was niet duidelijk hoever ik ervan af was. Ik probeerde nog harder te rennen. Ik begon te merken dat mijn lichaam dit niet langer vol zou houden. De duizeligheid werd steeds erger en mijn benen begonnen te trillen. Ze zouden me niet langer kunnen houden. De tranen begonnen te rollen. De wanhoop was groot.
Hoe ben ik in deze situatie gekomen? Waarom heb ik toegestemd? Hoe kon ik zo dom zijn?! Mijn laatste gedachtes, voordat ik struikelde en ik het bewustzijn verloor.

Het begon allemaal zo mooi. Het was een mooie dag. Mijn humeur was goed en ik was erg vrolijk. Normaal gesproken om negen uur ’s ochtends was dat wel anders, maar die dag was anders.
Na mijn koffie, een lief woordje van vriendlief en een geïmproviseerd ontbijt van de laatste restjes in de koelkast liep ik gehaast de deur uit. Ik kon niet weer te laat komen. Bubbelhoofd zou ontploffen! Gelukkig was ik op tijd voor de trein en de NS had een keer geen vertragingen voor de verandering. In de trein zat ik rustig mijn “to do list” in te vullen voor die dag toen er opeens een hand in mijn gezichtsveld zag. Ik schrok op van de schrik en keek naast mij. Er stond een lange man met bruin haar, grote lippen die uit porportie leken met de rest van zijn gezicht en twee intense groene ogen. De man glimlachte. ‘Iris! Toch? Herken je me niet?’ Ik heb gemerkt dat mijn geheugen mij vaak in de steek laat. Wat tot situaties als deze lijdt waarin ik iemand duidelijk zou moeten herkennen, maar er begint gewoon geen snars te dagen. ‘ehm..sorry ik moet hier echt even over nadenken geloof ik. Kun je een hint geven?’ zei ik terwijl ik probeerde te glimlachen op een manier die niet te amicaal is, maar ook niet te formeel. Hou de opties open. De man ging lachend naast me zitten. ‘Op de basisschool was je al een vreemde.’ Zei hij lachend. ‘Thomas!’ schreeuwde ik uit blijdschap, doordat ik eindelijk wist waar ik hem van kende. Om me heen kijkend merkte ik dat nu ook de rest van de coupe wist hoe deze man heette. Mijn stem blijkt soms wat oncontroleerbaar in zijn volume.

Thomas was mijn onbeantwoorde liefde op de basisschool. Niet dat ik hem ooit durfde vertellen wat in mij omging natuurlijk. Dat was veel te eng. Alleen mijn dagboek wist mijn diepe gevoelens en die ligt nu ergens op een vuilnisbelt te verrotten waarschijnlijk. ‘God sorry! Hoe is het met je?’ ‘Ja, super! Ik ben net verhuisd naar Den Haag voor mijn werk. Jij bent ook onderweg neem ik aan? Wat is er van jou terecht gekomen?’ ‘Ik woon in Utrecht op het moment, maar ben onderweg naar mijn werk inderdaad.’ Mijn halte werd omgeroepen. ‘Sorry, Thomas ik moet er hier echt uit. Ik was al bijna te laat. Leuk om je weer gezien te hebben!’ terwijl ik mijn spullen pakte en mijn jas aandeed. Deed hij geen poging om zichzelf te verplaatsen. Ik moest toch echt langs hem. Dat snapte hij toch zelf ook wel? Hij bleef maar glimlachen en me observeren. Op het moment dat ik hem toch echt wilde verzoeken opzij te gaan, greep hij in zijn zak en gaf me zijn visitekaart. ‘Heb je zin in een drankje vanavond?’ Een beetje verbaasd keek ik hem nadenken aan. Ik moest nu echt snel naar de deuren anders had ik een probleem. ‘Ja lijkt me leuk! Ik bel je goed?’zei ik snel. Hij stond op en liet me voorbij gaan. ‘Tot vanavond Iris! Wel bellen hè?!’ Hoorde ik nog net voordat de deuren achter me sloten. Na een soort van mix tussen hard lopen en rennen kwam ik op kantoor aan. Blubbermans was er nog niet hoorde ik van mijn trouwe collega en ik snelde mezelf naar de koffie kamer, zodat als hij wel op zou komen dagen ik nonchalant achter mijn bureau zou zitten met een half kop koffie alsof ik er al úren was. Niets irriteerde hem meer dan wanneer ik daadwerkelijk op tijd was. Het was een goede dag.

Toen ik eindelijk na een lange dag naar het station liep, kreeg ik een raar gevoel. De haren in mijn nek gingen omhoog staan. Ik ben wel vaker een beetje paranoïde, zeker wanneer het al donker begon te worden. Ik begon sneller te lopen. Ik wist dan wel dat de spoken er zelden ook echt waren, maar er was niks mis met voorzichtig zijn. Ik stuurde snel vriendlief een sms’je dat ik over een uur thuis zou zijn. Hij vroeg zich waarschijnlijk af waar ik bleef. Blubbermans was sacherijnig geweest. Ik kan slecht mijn lach inhouden en al snel had was door mijn gegniffel geëscaleerd. Over werken dus. Hij was vermakelijk. Verschrikkelijk om mee te werken maar vermakelijk en zwak van geest.

De neiging om te rennen werd steeds groter, maar ik moest niet zo irrationeel doen van mezelf. In plaats daarvan liep ik alleen wat harder. Ik hoorde iets achter me en keek snel even om. Toen ik dat deed werd ik vastgepakt, werd er een hand op mijn mond gedrukt en werd ik snel een verlaten straat ingesleept. ‘Hou je kop bitch! Straks mag je lekker schreeuwen en gillen zo hard als je wilt.’ Mijn hart stond stil. Ik stribbelde zo veel mogelijk tegen. Ik denk dat ik zelfs een paar rake schoppen had uitgedeeld.
De paniek was groot. Ik kon niet zien wij mijn belager was, maar de stem was me erg bekend. Voordat ik in de achterbak van een zwarte oude Opel werd geduwd zag ik zijn lachende, manische groene ogen. Thomas
Na een lange en pijnlijke rit stonden we opeens stil. De laatste paar 100 meters waren erg hobbelig geweest. Ik vreesde het ergste. Ik ga dood!

‘Waarom heb je niet gebeld Iris?! Je zei toch dat je dat zou doen? ‘ Schreeuwde het groenogige monster, terwijl hij mij uit zijn achterbak rukte en me op de grond smeet. Hij leek zich even te bedenken wat de volgende stap zou zijn. Dit was mijn kans! Voordat ik er verder over nadacht rende ik zo snel als ik kon weg het bos in. Ik had geen idee waar we waren. Ik wist alleen dat ik heel ver weg van hem af wilde zijn. Overleven.

Toen ik weer bij bewustzijn kwam, hield ik mijn ogen gesloten. Ik was in warmte en ik lag op iets zachts. Heel langzaam deed ik mijn ogen open en keek recht in de slapende ogen van mijn snurkende vriend. Mijn hart ging tekeer. Wat was er gebeurd?! Hoe kom ik thuis?! Het duurde een aantal minuten tot ik tot de conclusie kwam dat het wel een droom was geweest. Na een uur had ik mezelf weer tot rust en kon ik weer in slaap komen. Die ochtend toen ik zoals gewoonlijk moest haasten om de trein te halen voelde ik iets in mijn zak. Ik stond abrupt stil en was in shock.
Het visitekaartje!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten